Menu

Topkeepers - welke managementstijl kies jij?

Topkeepers - welke managementstijl kies jij?

Doelgericht ondernemen is vanuit het doel acties ondernemen om de andere kant te bereiken.

De keeper in een elftal is de sluitpost en tegelijkertijd de man die uittrapt en hoopt door zijn uittrap zijn elftal in beweging te krijgen. De ene keer zal dat beter lukken dan de andere keer. Bij regen of mist is het zicht minder scherp dan wanneer het helder is en alles en iedereen in het veld goed te zien is. Anders gezegd: externe omstandigheden zijn van invloed op het spelverloop en leiden tot onvoorspelbaarheid en controleverlies. Dit impliceert dat het elftal juist op zulke momenten elkaar nodig heeft en op elkaar moet kunnen vertrouwen. Binnen een bedrijf geldt het net zo. Marktontwikkelingen zijn vaak onvoorspelbaar en nopen managers om de marges te zoeken binnen de “lijnen” van het speelveld. Het is evident dat diezelfde managers op een lijn moeten zitten als het gaat om het nastreven van de winst en niet opteren voor een gelijkspel.

De keeper is de man die zorgt voor de hervatting van de spelmomenten. Hij kijkt naar zijn team, hij kijkt naar zijn tegenstanders, schat posities in en maakt razendsnel een beslissing hoe hij zal uittrappen of zal uitgooien. Edwin van de Sar was een exponent van deze werkwijze. Solide, betrouwbaar maar vooral meespelend: een keeper die zijn solitaire status in het elftal altijd omboog naar geparticipeerd teamgevoel en de grote lijnen overziend. Maar anderzijds er altijd stond bij gevaarlijke momenten of dreigend gevaar: een bastion van vertrouwen voor zijn team, een kwelgeest voor de tegenstander.

Welke instrumenten zet een manager in om het spel te hervatten en hoe moet hij zijn team instrueren om bij volgende spelsituaties de buitenspelval te ontlopen? Hoe zorgt hij ervoor dat een ingeslepen spelpatroon los gelaten wordt en men bereid is te kijken naar nieuwe, andere stijlen die de tegenstander “uit het veld” doen slaan door juist een stap terug te zetten bij een dreigende buitenspelsituatie? Er zijn geen eenduidige antwoorden op deze prangende vragen en dat hoeft ook niet. Wat dan wel?

Zoals Edwin van der Sar vertrouwen had in zijn achterhoede zal een manager zijn vertrouwen èn geloof moeten uitspreken richting medewerkers dat bij spelhervattingen, ongeacht de weersomstandigheden, de wind altijd gunstig is voor nieuwe scoringskansen. Elke voorzet in de zestien is een potentieel schot op doel. Elke hoge voorzet is een kopkans, mits de juiste man op de juiste plaats staat.

Herinnert u zich Jan van Beveren nog? Eind jaren zestig, begin jaren zeventig een van de beste keepers in Europa en toen spelend voor PSV. Een keeper met stijl. Gracieus en heerser in de 16! In die periode gebrouilleerd met Johan Cruijf en deze heeft er impliciet voor gezorgd dat van Beveren niet werd opgenomen in de selectie van het Nederlands Elftal. Van Beveren stond bekend om zijn sublieme keeperswerk: katachtig en esthetisch. Anders gezegd: door zijn lange, slanke postuur had hij het vermogen om bijna onmogelijke ballen tegen te houden. Hij maakte goed gebruik van zijn fysieke kenmerken en heeft menig spits in die periode tot wanhoop gedreven.

Piet Schrijvers was een keeper van een hele andere orde. Piet was “èèn blok beton”! Hard als staal, niets en niemand ontziend met als doel om zijn eigen “doel” schoon te houden en subversieve elementen te elimineren. Effectief en efficiënt in het tegenhouden van de ballen op “de lijn” maar minder sterk binnen de zestien.

Het moge duidelijk zijn dat we praten over stijlen van keepen van deze drie Nederlandse topkeepers. Kun je e.e.a. vertalen richting bedrijfsleven? 

Absoluut!

De manager anno 2012 heeft te maken met een onrustig spelverloop (lees: marktontwikkeling) en zal naar manieren, naar stijlen moeten zoeken om zijn eigen doel schoon te houden en binnen de zestien te zorgen dat zijn opponenten op een onzichtbare manier getackeld worden. Dit met als doel om de winst vast te houden of tenminste te gaan voor een gelijkspel. De volgende wedstrijd zal zeer waarschijnlijk een heel ander spelverloop kennen en zal derhalve de speelstijl anders zijn. Een manager die ‘gaat’ voor het kampioenschap maar ook voor deelname aan de Champions League zal moeten kiezen voor een eclectische werkwijze. 

Anders gezegd: afhankelijk van de wedstrijd, afhankelijk van het type tegenstander zal hij moeten kiezen òf voor van der Sar, òf voor van Beveren òf voor Schrijvers. 

Wij zijn aangesloten bij